Berichten door Mariska Claase
De kosten van een letselschadeadvocaat: Laat u niet weerhouden door financiële zorgen
Als slachtoffer van een verkeersongeluk, een ongeval op de werkplek, een medische misser of een misdrijf is het vaak verstandig om deskundige juridische hulp in te schakelen, zoals die van een gespecialiseerde letselschadeadvocaat.
De misvatting over kosten
"Dit kan ik niet betalen," hoor ik slachtoffers nog wel eens zeggen. Maar wist u dat de kosten van een advocaat betaald moeten worden door de (verzekeraar van de) veroorzaker van het ongeluk? Dat is in onze wet zo geregeld.
Focus op uw herstel
De gevolgen van een ongeluk zijn vaak ingrijpend. Als slachtoffer wilt u zich kunnen focussen op uw herstel. Discussie over schadeposten kan lastig zijn. Bovendien heeft u hier als slachtoffer vaak helemaal geen verstand van. Uw hoofd staat er misschien de eerste weken ook niet naar. Maar wat als uw letsel blijvend is en u bijvoorbeeld niet meer fulltime kunt werken of jarenlang hulp in de huishouding nodig heeft? Een aangeboden schadevergoeding kan royaal lijken, maar als u daar de rest van uw leven mee moet doen, dan is het belangrijk dat hier een zorgvuldige berekening aan ten grondslag ligt.
De rol van uw letselschadeadvocaat
Uw uiteindelijke totale schadevergoeding is opgebouwd uit een aantal schadeposten, die afhangen van de ernst en aard van uw letsel. Uw aanspraak op schadevergoeding moet worden onderbouwd met medische gegevens, die uw advocaat voor u opvraagt bij uw behandelaars en vertrouwelijk behandelt. Vervolgens wordt advies ingewonnen bij een medisch adviseur.
Al uw schadeposten moeten worden geïnventariseerd en berekend. Tot welke beperkingen in uw dagelijks leven leiden uw klachten? Heeft u inkomensverlies? Hoeveel uren per week heeft u huishoudelijke hulp nodig? Op basis van onder meer de aard, de ernst en de gevolgen van uw letsel, bepaalt uw letselschadeadvocaat ook het smartengeld. Dit is een vergoeding voor het leed, verdriet, pijn en de gevolgen van het letsel, bovenop de andere schadeposten.
Het proces en de kosten
Op deze manier wordt bepaald waar u recht op heeft en wordt de schadeclaim (of het afwikkelvoorstel) opgesteld. Vaak moet hierover worden onderhandeld met de tegenpartij of diens verzekeraar. Als er geen overeenstemming wordt bereikt, kan een gerechtelijke procedure volgen.
Wie betaalt de letselschadeadvocaat?
De kosten van uw letselschadeadvocaat vormen ook een schadepost die door de aansprakelijke partij (meestal diens verzekeraar) moeten worden betaald. Twijfelt u eraan om een letselschadeadvocaat in te schakelen omdat u bang bent dat dit veel geld kost? Dat is dus niet nodig. Mijn juridische hulp kost u namelijk niets.
Voor deskundige en kosteloze juridische hulp
Bij vragen over letselschade of als u juridische bijstand nodig heeft, kunt u vrijblijvend een afspraak maken. Ik sta klaar om u te helpen en uw rechten te beschermen. U hoeft zich geen zorgen te maken over de kosten, want uw recht op juridische bijstand is wettelijk gewaarborgd.
Hoe wordt de mate van het inkomstenverlies bepaald bij letselschade?
Vaak is het verlies van inkomsten de grootste schadepost bij letselschade. Als u als slachtoffer niet meer kunt werken door een ongeluk en dus minder inkomen heeft, dan is dat schade. Als iemand anders het ongeluk heeft veroorzaakt, dan zal die schade vergoed moeten worden. Meestal door de verzekeraar van de veroorzaker. In deze blog ga ik in op het inkomstenverlies bij letselschade. En hoe uw carrièreperspectief hier invloed op heeft.
Het "would-be-onderzoek" door een arbeidsdeskundige
Hoe bepaalt u die schade? Soms wordt er door een arbeidsdeskundige een zogenaamd "would-be-onderzoek" uitgevoerd.
Het doel van dat onderzoek is in kaart te brengen hoe het met uw carrière (en inkomen) zou zijn gegaan zonder ongeluk. U kunt zich voorstellen dat dit tot veel discussie kan leiden. Als slachtoffer kunt u immers niet bewijzen hoe de toekomst uitgepakt zou hebben.
De discussie over het carrièreperspectief
Recentelijk boog de rechtbank Amsterdam zich over zo'n discussie. In die zaak was het slachtoffer in 2012 bij een verkeersongeval ernstig gewond geraakt en daardoor volledig en blijvend arbeidsongeschikt. Achmea, de verzekeraar van de aansprakelijke partij (de veroorzaker van het ongeluk), erkende de aansprakelijkheid, maar was het niet eens met het door het slachtoffer geschetste carrièreperspectief. Het slachtoffer kreeg vanwege de arbeidsongeschiktheid een uitkering, maar stelde dat hij zonder ongeluk veel meer zou hebben kunnen verdienen. Dat is de zogenaamde schade door het verlies van arbeidsvermogen.
De visie van de arbeidsdeskundige en de beslissing van de rechter
Het slachtoffer stelde dat hij zonder ongeval zou zijn doorgegroeid bij zijn werkgever en luchtverkeersleider zou zijn geworden. Daar hoort een bepaald inkomen bij dat aanzienlijk meer is dan de uitkering van het slachtoffer.
Er werd een arbeidsdeskundige ingeschakeld die aan de hand van de opleiding en werkervaring van het slachtoffer oordeelde dat het niet aannemelijk was dat het slachtoffer binnen enkele jaren luchtverkeersleider had kunnen worden. Wel zou deze assistent luchtverkeersleider kunnen zijn geworden.
Achmea is het daar niet mee eens. Zij stelt dat het carrièreperspectief minder rooskleurig zou zijn (en dat het slachtoffer dus minder inkomstenverlies zou hebben).
De rechter volgt het rapport van de arbeidsdeskundige. En bovendien: "volgens vaste rechtspraak is het zo dat aan de bewijslast van een benadeelde bij het begroten van de schade geen strenge eisen mogen worden gesteld. Het is de aansprakelijke veroorzaker van het ongeval die aan de benadeelde de mogelijkheid heeft ontnomen om zekerheid te verschaffen over wat in die hypothetische situatie zou zijn gebeurd."
Op zoek naar rechtvaardige schadevergoeding?
Heeft u een ongeluk gehad of een traumatische gebeurtenis meegemaakt, waar u mogelijk de rest van uw leven schade door lijdt? Maak dan vrijblijvend en kosteloos een afspraak op mijn kantoor in Roosendaal, of gewoon bij u thuis.
Letselschade bij whiplash, het blijft een lastige discussie
Als iemand een been breekt bij een ongeval is er weinig tot geen discussie over de vergoeding van de letselschade. Maar niet alle klachten die u overhoudt aan ongeval zijn direct zichtbaar. Het ligt vaak anders bij aanhoudende klachten die niet op een MRI of CT-scan te zien zijn. Terwijl een slachtoffer wel beperkt kan zijn in zijn doen en laten. Een typisch voorbeeld daarvan is de whiplash. Daarover vertel ik graag in deze blog meer.
Geen zichtbare lichamelijk oorzaak
Recent, in mei 2023, heeft het Gerechtshof zich weer gebogen over de discussie tussen een letselschadeslachtoffer en een verzekeraar. Het slachtoffer had na een verkeersongeval een whiplash opgelopen. De verzekeraar ontkende het verband tussen de klachten van het slachtoffer en het ongeval. De verzekeraar stelde dat er geen lichamelijke oorzaak voor de klachten was gevonden en weigerde om die reden verdere schade te vergoeden.
Dat is echter niet hoe het werkt. Het slachtoffer was onderzocht door een deskundige verzekeringsarts en er had een expertise door een neuroloog en een neuropsycholoog plaatsgevonden.
Het Gerechtshof was met de deskundigen van mening dat het ontbreken van een zichtbare lichamelijke oorzaak, nog niet betekent dat iemand geen klachten en beperkingen kan hebben. Dit is al jarenlang de gebruikelijke benadering bij dit soort klachten.
Toch een schadevergoeding bij een whiplash?
Ook al is er geen zichtbare lichamelijke oorzaak, dan kan er toch sprake zijn van letselschade die vergoed moet worden. Er moet beoordeeld worden of de gezondheidsklachten consistent, consequent en met samenhangend patroon aanwezig zijn. Bovendien moet vaststaan dat deze gezondheidsklachten voor de aanrijding niet bestonden, terwijl die klachten op zichzelf door de aanrijding veroorzaakt kunnen worden. Dat er geen alternatieve verklaring is voor de klachten. Als dat zo blijkt te zijn, moet er een schadevergoeding plaatsvinden.
Heeft u vragen over letselschade? Twijfelt u of een vergoeding mogelijk is? Maak dan vrijblijvend en kosteloos een afspraak bij mij op kantoor in Roosendaal, of gewoon bij u thuis.
Hoeveel smartengeld mag u behouden naast uw bijstandsuitkering?
Als letselschadeslachtoffer van een ongeluk dat door iemand anders is veroorzaakt heeft u recht op een vergoeding van de geleden schadeposten. Denk hierbij aan kosten voor geneeskundige behandelingen, het inschakelen van huishoudelijke hulp, aanpassing van je woning, kosten door inkomstenverlies, etc.
Daarbovenop, kunt u recht hebben op smartengeld, ook wel immateriële schadevergoeding genoemd. Als u een bijstandsuitkering heeft, kan smartengeld problemen geven. Ik leg in deze blog uit hoe het zit en wat er veranderd is.
Wat is smartengeld?
Smartengeld is een vergoeding voor al het leed, de pijn en het verdriet na een ongeval. Bij blijvend letsel wordt u de rest van uw leven iedere dag geconfronteerd met het letsel. Als compensatie daarvoor dient dus smartengeld.
De regels waren per gemeente anders
Wat nu als u als slachtoffer een bijstandsuitkering heeft? In Nederland werd hier tot nu toe door iedere gemeente verschillend mee omgegaan. In de ene gemeente mag een slachtoffer € 2.500,- zelf houden van deze vergoeding, in een andere gemeente € 90.000,-. Vervolgens moet het slachtoffer dan eerst het smartengeld “opeten” voordat de bijstandsuitkering weer wordt uitgekeerd.
Of dit eerlijk is? Sommigen vinden van wel, want de bijstand is een vangnet als je echt geen andere middelen hebt om van te leven, zo is hun argument. Maar daar wordt door de Centrale Raad van Beroep (CRvB) anders over gedacht. In april 2023 is over dit punt namelijk een belangrijke uitspraak gedaan.
Smartengeld voor de rest van uw leven
De CRvB oordeelde dat smartengeld bij blijvend letsel bedoeld is voor het resterende deel van het leven van het slachtoffer. Voor de vraag of (een deel van) het smartengeld door het slachtoffer behouden mag worden, moet volgens de CRvB het smartengeldbedrag gedeeld worden door het aantal jaren waarin het slachtoffer naar verwachting nog te leven heeft.
Het uit die berekening voortvloeiende bedrag per jaar is volgens de CRvB bepalend voor de vraag of de ontvangen smartengeldvergoeding door het slachtoffer mag worden behouden naast het houden van het recht op de bijstandsuitkering.
Voor mij als letselschadeadvocaat is dit een belangrijke uitspraak. Het geeft namelijk een concreet handvat voor de positie van een bijstandsgerechtigd letselschadeslachtoffer. Meer lezen over de hoogte van een schadevergoeding bij letselschade? Ook daar heb ik een blog over geschreven.
Heeft u vragen over het voorstel van de tegenpartij, over de hoogte van het smartengeld of over het standpunt van de gemeente in uw letselschadezaak? Maak dan vrijblijvend en kosteloos een afspraak bij mij op kantoor in Roosendaal, of gewoon bij u thuis.
Uw rechten en plichten na twee jaar arbeidsongeschiktheid
In onze wet is opgenomen dat een werkgever bij ziekte (of arbeidsongeschiktheid) twee jaar lang een loondoorbetalingsverplichting heeft. Maar wat veel mensen niet weten is dat die termijn verlengd wordt als het UWV de werkgever een loonsanctie oplegt. Een loonsanctie, loondoorbetalingsverplichting? Ik realiseer me dat deze termen onduidelijk kunnen zijn. In deze blog leg ik uit wat uw rechten en plichten zijn na twee jaar arbeidsongeschiktheid.
Vaststellingsovereenkomst na twee jaar arbeidsongeschiktheid
Regelmatig krijg ik vragen van werknemers die twee jaar arbeidsongeschikt zijn en die van hun werkgever een aanbod hebben gekregen een vaststellingsovereenkomst (VSO) te ondertekenen. Daarmee tekenen ze voor het einde van de arbeidsovereenkomst.
Kan deze VSO na twee jaar ziekte altijd getekend worden zonder het recht op een uitkering te verliezen? Nee! Hoe vervelend dat soms voor beide partijen ook kan zijn.
Als je twee jaar arbeidsongeschikt bent, is je werkgever niet langer verplicht om je loon door te betalen en vervalt de ontslagbescherming. Je mag dan dus ontslagen worden. Ontslag met wederzijds goedvinden, dus met een vaststellingsovereenkomst kan dan een oplossing zijn. Het moet dan echter wel duidelijk zijn dat je twee jaar arbeidsongeschikt bent en dat zowel de werknemer als de werkgever er alles aan hebben gedaan om de arbeidsongeschikte werknemer te laten re-integreren.
Hoe zit het met de uitkering?
Als de werknemer namelijk na die twee jaar een beroep moet doen op een uitkering van het UWV, dan beoordeelt het UWV de re-integratieverplichtingen. Als het UWV van mening is dat de werkgever niet voldoende heeft gedaan, kan het UWV de werkgever een loonsanctie opleggen van nog een jaar. Dan moet de werkgever dus nog een jaar het loon doorbetalen.
Op moment dat een werknemer dan al heeft ingestemd met het einde van de arbeidsovereenkomst, dan levert dat een verwijtbaar ontslag op en krijgt je als werknemer helemaal niets (geen WIA, geen salaris, geen WW).
Verder is een voorwaarde voor het mogen instemmen met ontslag, dat er geen zicht is op een spoedig herstel. En tot slot moet de mate van arbeidsongeschiktheid zijn vastgesteld door de bedrijfsarts en moet het UWV hebben geoordeeld dat er sprake is van minimaal 35% om in aanmerking te komen voor een WIA-uitkering als die nodig is.
Niet zomaar tekenen dus!
Kortom: nogal wat voorwaarden om na je ontslag voor een uitkering in aanmerking te komen. Als je daar niet zeker van bent, dan is het heel onverstandig om je handtekening onder een VSO te zetten.
Heeft u vragen over de situatie op uw werk? Maak dan vrijblijvend en kosteloos een afspraak bij mij op kantoor in Roosendaal, of gewoon bij u thuis.
Letselschade specialisten: keurmerken, advocaten en cowboys
In Nederland mag iedereen juridische hulp aanbieden aan een slachtoffer dat letselschade heeft opgelopen.
Deze hulpverleners kunnen allerlei rollen en namen hebben: letselschadespecialist, letselschade expert, schaderegelaar, advocaat, letselschadeadvocaat etc. Voor een leek lijkt er geen verschil. Veel 'experts' komen bovendien bij een zoektocht op Google als eerste naar boven als u zoekt op 'letselschadeadvocaat'. In deze blog leg ik uit wat het verschil is tussen een specialist en een advocaat. En waarom dit voor u belangrijk is.
Wat als uw specialist geen advocaat is?
Slachtoffers komen er soms pas maanden later achter dat het bureau waar ze mee in zee zijn gegaan voor het verhalen van hun letselschade, geen advocaten in dienst heeft. Is dat erg? Ja en nee. Misleiding is nooit goed. Een 'specialist' die zich presenteert als advocaat terwijl hij dat niet is, misleidt een slachtoffer. Eerlijkheid hierin is dus belangrijk.
Het kan belangrijk voor u zijn dat iemand daadwerkelijk advocaat is, omdat alleen een advocaat voor u mag procederen bij de rechtbank. Alle andere letselschadespecialisten mogen dat niet. En wist u ook dat niet iedereen die de mr. voor zijn naam heeft advocaat is? Kijk dus vooral goed op de website van het bureau welke kennis en vaardigheden de personen hebben die er werken.
Voldoen aan een aantal eisen
Als advocaat ben ik lid van de ASP (advocaten voor slachtoffers personenschade) en de LSA (Letselschade Advocaten). Dit zijn twee verenigingen waarin alleen advocaten toegelaten worden die voldoen aan een aantal eisen. Er zijn ongeveer 18.000 advocaten in Nederland en slechts ruim 300 ervan zijn aangesloten bij de LSA.
Een LSA-advocaat moet aan veel eisen voldoen. Deze moet namelijk minstens 5 jaar als advocaat gewerkt hebben, moet de postdoctorale specialisatieopleiding aan de Grotius Academie hebben gevolgd en het examen daarvan hebben behaald. Daarnaast moet een LSA-advocaat minstens 500 uren per jaar aan letselschadezaken besteden en moet deze jaarlijks bij- en nascholing doen op gebied van letselschade. Deze advocaten worden jaarlijks gecontroleerd en getoetst door de LSA en moeten deelnemen aan intercollegiale intervisie. Ze zijn gebonden aan de gedragsregels van de advocatuur en onderworpen aan het tuchtrecht en het toezicht van de LSA en de orde van advocaten.
Integriteit, vakkennis en vaardigheden gewaarborgd
Kortom: de titel LSA-advocaat geeft waarborgen over de integriteit, vakkennis en vaardigheden van mij als advocaat. Die waarborgen zijn er totaal niet als een slachtoffer in zee gaat met een 'specialist' die geen enkel keurmerk heeft en slechts oog heeft voor zijn eigen portemonnee. Cowboys in letselschadeland worden ze ook wel genoemd.
Natuurlijk zijn er ook veel letselschadespecialisten die geen advocaat zijn, maar wel degelijk veel verstand van zaken hebben. Die bijvoorbeeld aangesloten zijn bij het nationaal keurmerk letselschade of het Nivre.
Ik raad een slachtoffer altijd aan zich te laten helpen door een echte specialist, om te voorkomen dat iemand twee keer slachtoffer wordt.
Wat dit voor u allemaal betekent?
Soms is niet direct duidelijk wat de verschillen zijn, ik leg u graag uit wat ik voor u kan betekenen. Neem gerust vrijblijvend en kosteloos contact met mij op voor een afspraak.
Een schadevergoeding ontvangen via de civiel- of strafrechtelijke weg?
Als letselschade slachtoffer zijn er soms twee rechterlijke wegen om uw schade vergoed te krijgen: naast de civielrechtelijke is er ook nog de strafrechtelijke weg.
De rol die u als slachtoffer in deze procedures heeft, die verschilt. Dit blijkt voor veel mensen onduidelijk, daarom beschrijf ik in deze blog de verschillen voor u.
De strafrechtelijke weg naar een schadevergoeding
Als het letsel is opgelopen door een misdrijf en de verdachte komt voor de rechter, dan mag u als slachtoffer gebruik maken van uw spreekrecht. U kunt bovendien een vordering tot schadevergoeding indienen. Als slachtofferadvocaat sta ik slachtoffers hierin bij.
In de strafzaak staat echter de verdachte centraal, niet het slachtoffer. De vragen die op de zitting beantwoord moeten worden zijn: heeft de verdachte inderdaad gedaan waarvoor hij verdacht wordt en moet hij daarvoor straf krijgen? Pas als op beide vragen een “ja” komt, dan kan de schadevergoeding aan u als slachtoffer toegewezen worden.
Uw spreekrecht beperkt zich tot de gevolgen die het misdrijf en het letsel voor u hebben. U mag dus niet reageren op wat u de verdachte of zijn advocaat hoort zeggen over wat er volgens hen gebeurd is. Als slachtofferadvocaat mag ik dat ook niet. De advocaat van de verdachte mag – ter verdediging – wel ingaan op de feiten waarvan zijn cliënt verdacht wordt. Hij mag van alles aanvoeren over het al dan niet verwijtbaar zijn van wat er is gedaan.
De civielrechtelijke weg naar een schadevergoeding

Dat gaat bij een civiele procedure anders: daar zijn het slachtoffer en de veroorzaker van het letsel gelijkwaardig. Zij hebben allebei een advocaat met dezelfde rol. Ze mogen allebei uitvoerig hun visie op de feiten geven en op de juridische gevolgen daarvan.
Uiteindelijk neemt de rechter dan de beslissing over de vraag wie er aansprakelijk is voor de schade, hoeveel procent van de schade vergoed moet worden en wat de schadeposten zijn. Soms wordt er slechts één van die vragen aan de rechter voorgelegd.
Bij een strafproces betaalt de overheid
Het voordeel van een toegewezen schadevergoeding in een strafproces is dat de overheid dit bedrag aan u betaalt als de dader dat niet doet. De overheid verhaalt daarna het bedrag alsnog op de dader. Dat voordeel is er niet bij een civielrechtelijk vonnis. Ook al staat daarin dat de veroorzaker u een bepaald bedrag moet betalen: u zult het verhaal van de “kale kip” ongetwijfeld kennen.
Wat dit voor u allemaal betekent?
Soms is niet direct duidelijk wat de gevolgen voor een procedure voor u zijn. Heeft u vragen over uw letselschade? Neem dan vrijblijvend en kosteloos contact met mij op voor een afspraak.
Verkeersongeval tijdens werktijd en kinderarbeid, hoe zit het?
In januari 2020 raakte een 14-jarige maaltijdbezorger in Tilburg ernstig gewond toen hij in de avond met zijn bezorgfiets in botsing kwam met een stadsbus. De werkgever kreeg een werkstraf van 120 uur. Hij had namelijk de Arbeidstijdenwet overtreden door deze jongen na 19.00 uur in de avond te laten werken.
Dit bovenstaande stukje tekst bevat naar mijn mening twee belangrijke juridische vraagstukken. Ten eerste de vraag hoe het zit met kinderarbeid. En ten tweede de vraag wie de schade van deze jongen moet betalen. In deze blog zal ik deze twee onderwerpen verder toelichten.
Kinderarbeid
Voor kinderen tot 16 jaar is de Arbeidstijdenwet verder uitgewerkt in de zogenaamde 'Nadere regeling Kinderarbeid'. Hierin is beschreven wat voor soort werk kinderen op de werkvloer mogen doen. Dat zijn voor kinderen van 13 t/m 15 jaar lichte, niet-industriële werkzaamheden. Overtreding van deze wet kan leiden tot een boete voor de werkgever. Daar heeft een slachtoffer natuurlijk niet veel aan. Vandaar de tweede vraag: hoe zit het met zijn schade?

De schadevergoeding voor de fietser
In onze wetgeving is voor voetgangers en fietsers als kwetsbare ‘zwakke verkeersdeelnemers’ een speciale regeling opgenomen. Hierdoor ligt de aansprakelijkheid in de meeste gevallen bij de bestuurder van het motorvoertuig, zélfs wanneer het ongeluk de eigen schuld van de fietser was.
Een voetganger of fietser die door een motorvoertuig wordt aangereden, heeft vrijwel altijd recht op schadevergoeding en krijgt minimaal 50% van zijn schade vergoed.
Dat is alleen anders als er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de fietser. Maar dat is bijna nooit het geval.
Wie betaalt de schade?
In het geval van de jonge maaltijdbezorger kan het dus zijn dat een deel van zijn schade niet door de verzekeraar van de stadsbus wordt vergoed (als het ongeluk gedeeltelijk zijn eigen schuld was). Dat voelt niet goed, althans niet voor mij. Gelukkig is het ook zo dat de werkgever behoort te zorgen voor een adequate verzekering als je voor je werk met een fiets, scooter of auto onderweg moet.
Dat heeft in dit geval tot gevolg dat wellicht een deel van de schade van de jongen door die verzekering vergoed wordt. En wat als de werkgever deze verzekering niet heeft afgesloten? Dan zal de werkgever de schade moeten vergoeden die de verzekering vergoed zou hebben.
Vragen over een dergelijk vraagstuk?
Zoals u ziet kunnen dit soort schades complex zijn. Mijn advies is dan ook bij een verkeersongeluk altijd een letselschadeadvocaat in te schakelen. Mijn hulp kost u niets en een eerste gesprek is altijd vrijblijvend. Bel me gerust voor een afspraak.
Hoe zit het met de opzegtermijn bij het einde van de arbeidsovereenkomst?
Voor veel werknemers is het niet duidelijk welke regels er gelden bij het opzeggen van een arbeidsovereenkomst. Meestal weten zij wel hoe lang de opzegtermijn is en is bekend dat men niet van de ene op de andere dag kan stoppen bij een werkgever. Logisch ook, want er moet meestal een vervanger worden gezocht voor de vertrekkende werknemer. Ik zet in dit blog wat weetjes op een rij betreffende de opzegtermijn.
Opzegtermijn geldt voor werknemer én werkgever
Niet alleen de werknemer heeft een opzegtermijn. Ook de werkgever heeft zich te houden aan een opzegtermijn. Deze zijn in de wet geregeld, maar hier mag tot op zekere hoogte in de arbeidsovereenkomst van worden afgeweken.
Volgens de wettelijke bepalingen zijn de opzegtermijnen voor de werkgever:
- 1 maand bij een dienstverband tot 5 jaar
- 2 maanden bij een dienstverband tussen de 5 en 10 jaar
- 3 maanden bij langer dan 10 jaar
- 4 maanden bij langer dan 15 jaar
Voor de werknemer geldt meestal een opzegtermijn van 1 maand. Maar let op: de opzegtermijn begint pas te lopen vanaf de 1ste van de volgende maand. Dus als een werknemer op 5 oktober een baan opzegt, dan zal deze tot en met 30 november moeten blijven werken.
Vaststellingsovereenkomst om toch de WW-uitkering te ontvangen
Soms is er sprake van een arbeidsconflict en komen werkgever en werknemer – vaak met behulp van advocaten – tot een vaststellingsovereenkomst (VSO) waarin wordt afgesproken wanneer de arbeidsovereenkomst eindigt.
Die VSO is meestal zo opgesteld dat duidelijk is dat het de werkgever was die het einde van de arbeidsovereenkomst heeft gewenst en dat de werknemer niets te verwijten valt aan het ontstaan van het conflict. Waarom? Zodat de werknemer aanspraak kan maken op een WW-uitkering mocht dat nodig zijn.
Let op de fictieve opzegtermijn!
Het is belangrijk dat in de VSO de opzegtermijn gerespecteerd wordt. Stel dat een werknemer 8 jaar bij een werkgever heeft gewerkt en deze spreekt op 5 oktober in een VSO af dat de werknemer per 1 november niet meer in dienst is bij de werkgever. Dat is geen probleem als de werknemer per 1 november ergens anders aan de slag kan.
Dat is wel een probleem als de werknemer een WW-uitkering wil aanvragen. Het UWV hanteert namelijk de zogenaamde 'fictieve opzegtermijn'. Dat is de opzegtermijn die eigenlijk door de werkgever in acht genomen had moeten worden: 2 maanden in dit geval. En die was gaan lopen per 1 november. De werknemer uit dit voorbeeld zal dan pas per 1 januari aanspraak kunnen maken op een WW-uitkering!
Toch nog vragen?
Ik kan me voorstellen dat deze blog best nog wat vragen bij u oproept. Er zijn ook heel veel regels rondom het beëindigen van een arbeidsovereenkomst. Bel me gerust voor een vrijblijvende en kosteloze afspraak.
Wat zijn de veranderingen in de arbeidsvoorwaardenwetgeving?
Deze maand verandert er een aantal zaken in het arbeidsrecht. Zo moet een werkgever in sommige gevallen gratis scholing aan gaan bieden, is een verbod op nevenwerkzaamheden niet zomaar meer mogelijk en heeft een werknemer recht op 9 weken betaald ouderschapsverlof.
Grote kans dat u te maken krijgt met één van deze zaken! Ik zal in deze blog uitleggen wat er allemaal precies verandert!
Het kosteloos aanbieden van opleiding
Vanaf 1 augustus moet een werkgever de voor het werk verplichte scholing gratis aanbieden. Bovendien moet de scholing zo veel mogelijk tijdens het werk plaatsvinden. De werkgever mag na het einde van het dienstverband (een deel van) de kosten niet meer terugvorderen.
Het zogenaamde klassieke ‘studiekostenbeding’ is hiermee van de baan. Voor studies en cursussen die niet verplicht zijn, blijft het studiekostenbeding overigens nog wel mogelijk.
Het verbod op het nevenwerkzaamhedenbeding
De titel zegt 't al: er geldt een verbod op het nevenwerkzaamhedenbeding. Dit geldt ook voor bestaande arbeidsovereenkomsten! Dit betekent dat het niet meer is toegestaan om zomaar te verbieden dat een werknemer naast zijn werk nog bij een andere werkgever werkt.
Een werknemer mag dus ook niet om die reden ontslagen worden. Dat zal overigens wel lastig te bewijzen zijn als een werkgever ook nog een andere ontslagreden heeft.
Vanaf 1 augustus is het ook zo dat werkgevers werknemers beter en duidelijker moeten informeren over een aantal onderwerpen, waaronder het loon en de manier van betalen, het recht op verlof, de procedure en eisen voor de opzegging.
Betaald ouderschapsverlof
Vanaf deze maand krijgen ouders een deel van het ouderschapsverlof betaald. Tot het kind 1 jaar is, kan een ouder negen weken lang met verlof terwijl 70 procent van het salaris wordt uitbetaald door het UWV. Sommige werkgevers zullen dit aanvullen tot 100 procent. De nieuwe regeling geldt alleen voor ouders in loondienst.
Het nieuwe verlof komt bovenop de bestaande verlofregelingen. In totaal hebben ouders recht op 26 weken ouderschapsverlof in de eerste zeven jaar van een kind.
Als niet alle negen betaalde weken verlof worden opgenomen, dan kunnen deze worden toegevoegd aan de resterende onbetaalde weken.
Toch nog vragen?
Ik kan me voorstellen dat deze blog alsnog vragen bij u oproept. Niet elke situatie is hetzelfde! Bel me gerust voor een vrijblijvende en kosteloze afspraak bij mij op kantoor in Roosendaal, of gewoon bij u thuis.
